the unanswered question

programma

 

Charles Ives (1874-1954)

The Unanswered Question

Steve Reich (°1936)

Proverb

Gavin Bryars (°1943)

The Sinking of the Titanic

Steve Reich (°1936)

Tehillim

     Part I: Psalm 19:2-5

     Part II: Psalm 34:13-15

     Part III: Psalm 18:26-27

     Part IV: Psalm 150:4-6

 

achtergronden

Ives: The Unanswered Question

Het componeren was voor de Amerikaanse componist Charles Ives (1874-1954) nooit meer dan een veredelde hobby. Zijn brood verdiende hij met een eigen verzekeringsmaatschappij. De composities die hij op avonden en in weekenden schreef, zijn echter voor hun tijd bijzonder vooruitstrevend. Charles Ives maakte bijvoorbeeld lang voor Stravinsky en Bartók reeds gebruik van bitonaliteit en polyritmiek.

In 1906 componeerde Charles Ives twee werken voor kamermuziekensemble: The Unanswered Question en Central Park in the Dark. Waar het laatste werk de realiteit (van een hete zomernacht in het New Yorkse Central Park) toonschilderend beschrijft, daar is The Unanswered Question metafysisch van opzet. Strijkers vertolken de eeuwige stilte van de druïden – of in de woorden van Blaise Pascal “le silence éternel des espaces infinis” – terwijl een solo trompet tot zevenmaal toe de vraag stelt naar de zinvolheid van het bestaan. Houtblazers proberen een antwoord te formuleren, maar verliezen zich in dissonantie en geven het uiteindelijk op. De drie instrumentengroepen – de strijkers, de trompet en de houtblazers – spelen in andere tempi hebben eigenlijk elk hun eigen dirigent nodig. Zo ontstaat een boeiende dialoog tussen de trompet en de houtblazers, onafhankelijk van de onverschillig blijvende strijkers.

Bij het componeren van The Unanswered Question putte Charles Ives inspiratie uit het gedachtengoed van de transcendentalistische denker Ralph Waldo Emerson (1803-1882) en de geschriften van Henry David Thoreau (1817-1862). De titel is ontleend aan een versregel uit het gedicht The Sphinx van Emerson.

Net als Jean Sibelius componeerde Charles Ives, toen hij wat ouder werd, nog maar weinig. Wel herzag hij vele werken, waaronder ook, aan het begin van de jaren 1930, The Unanswerd Question. Pas in 1947 zou het stuk zijn première beleven. Later was het vooral Leonard Bernstein die The Unanswered Question internationale roem schonk, onder andere door de compositie als titel te gebruiken voor zijn beroemde zesdelige lezingreeks aan de universiteit van Harvard (in het kader van de Norton Lectures).

 

Reich: Proverb

De Amerikaanse componist Steve Reich (°1936) wordt sinds zijn studententijd geboeid door de filosofie van Ludwig Wittgenstein. Hij schreef zijn bachelorthesis over de Oostenrijkse filosoof en baseerde tot nu toe twee composities op tekstfragmenten van Wittgenstein: Proverb (1995) en You are (Variations) (2006). Er zijn dan ook heel wat linken tussen Reichs bedrieglijk eenvoudige minimalistische muziek en Wittgensteins kernachtige taalfilosofie. Beiden houden niet van stilistische pretentie (“wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen“), beiden verwezen hele werelden van morele, ethische, metafysische en religieuze beschouwingen naar de prullenmand en beiden voerden in de plaats daarvan onderzoek naar het medium waarvan ze zich bedienden, hetzij taal, hetzij ritmische structuren in de muziek.

Voor zijn compositie Proverb maakte Steve Reich gebruik van een kort citaat uit Culture and Value, een selectie van persoonlijke nota’s van Wittgenstein. De zin “How small a thought it takes to fill a whole life” vormt de basis voor een 14-minuten durende compositie voor drie sopranen, twee tenoren, twee vibrafoons en twee elektrische orgels. De tekst kan niet alleen verstaan worden als een uitleg voor het stuk ‘an sich’ maar is ook exemplarisch voor Reichs carrière als minimalistische componist.

Steve Reich schreef Proverb in 1995 en droeg deze compositie op aan de Engelse koorleider en bariton Paul Hillier. Deze dirigeerde in 1993 Reichs multimedia-opera The Cave en liet Reich toen intensief kennismaken met middeleeuwse polyfonie. De tenorduetten in Proverb zijn bijgevolg een ode aan de Franse componist Perotinus, een van de grondleggers van de ars antiqua.

 

Bryars: The Sinking of the Titanic

Het verhaal gaat dat de muzikanten die op de RMS Titanic werkten toen het schip zonk zo lang als mogelijk bleven doorspelen, met de bedoeling de passagiers te kalmeren. Een van de overlevenden berichtte later: “Er werden die nacht veel dappere dingen gedaan, maar niemand was dapperder dan de mannen die minuut na minuut verder speelden terwijl het schip alsmaar dieper wegzonk in de oceaan. De muziek die ze speelden, was zowel hun eigen onsterfelijke requiem als een reden om hen nooit te vergeten.”

De Engelse contrabassist en minimalistische componist Gavin Bryars (°1943) componeerde op basis van dit verhaal aan het einde van de jaren 1960 en het begin van de jaren 1970 The Sinking of the Titanic, een compositie voor strijkers en elektronica. Bryars beeldde zich in hoe de muzikanten eenzelfde hymne bleven herhalen, terwijl ze ondertussen steeds dieper in de oceaan wegzonken. Geïnspireerd door de experimenten van John Cage, Morton Feldman en Earle Brown, bedelft hij de hymne in toenemende mate onder interviews van overlevenden, morsesignalen die op woodblocks worden gespeeld, klankeffecten die de impact van de ijsberg op de romp van het schip proberen te reconstrueren, enzovoort.

Bijzonder aan de compositie is dat ze open blijft voor nieuwe invloeden. In Brussel werd het stuk in 1990 al eens opgevoerd in een zwembad. Bij die gelegenheid bevonden de muzikanten zich op een drijvend vlot op het water. The Sinking of the Titanic werd ook reeds in een lege watertoren uitgevoerd. “Although I conceived the piece many years go,” zo vertelt Gavin Bryars: “I continue to enjoy finding new ways of looking at the material in it and welcome opportunities to look at it afresh.”

 

Reich: Tehillim

Vanaf de jaren 1980 liet Steve Reich zich in zijn composities ook inspireren door historische thema’s. In Tehillim, Hebreeuws voor ‘Psalmen’, contempleert hij zijn joodse wortels. Dit werk bestaat uit vier delen en is geschreven voor vier vrouwenstemmen (een hoge sopraan, twee lyrische sopranen en een alt), piccolo, fluit, hobo, althobo, twee klarinetten, zes percussiespelers, twee elektrische orgels, twee violen, altviool, cello en contrabas.

Psalmen op muziek zetten, was iets wat Stravinsky met zijn Psalmensymfonie in 1930 ook al had gedaan. Anders dan Stravinsky ging Steve Reich echter niet uit van Latijnse vertalingen, maar van de originele Hebreeuwse teksten. Het ritme van zijn muziek vloeit rechtstreeks voort uit het ritme van de psalmteksten. Tehillim bestaat dus niet uit korte ritmische patronen die steeds weer herhaald worden en is daarom voor Steve Reich een zeer atypische compositie. “This is the first time I have set a text to music since my student days and the result is a piece based on melody in the basic sense of that word.”

De eerste twee delen van Tehillim gingen in 1981 in première onder leiding van de componist-dirigent Peter Eötvos. Deze wist Steve Reich te overtuigen om na twee snelle delen, een traag derde deel te schrijven, iets wat de minimalistische componist, steeds gefascineerd door het herhalen van korte ritmische motieven, nog nooit had gedaan. Een duister, introspectief en bijzonder chromatisch stuk dat zonder pauze overgaat in een snel vierde deel was het resultaat. Tehillim – en vooral het derde deel – is een van de meest expressieve composities die Steve Reich schreef.

Mien Bogaert